Post over gedicht: 
Gedicht zonder tijd






Zoals ik al probeerde te illustreren in de vorige blogpost, was er een periode voor mij waarin ik poëzie bloedserieus nam. Niet dat dat nu niet meer zo is - eerder ben ik er zelf minder tot aangetrokken. Recentelijk schreef ik wel nog een nieuw gedicht, en het leek met interessant hiervoor een korte toelichting + het gedicht zelf te plaatsen.

Wat is hetgeen ik plaats? Het is het vraagstuk dat ik bij iedere blogpost aan mezelf stel.


Ik schreef het gedicht op de trein, op een moment dat ik dus te veel tijd leek te hebben (zo ervaar ik treinritten) maar het was een gedicht dat vluchtig probeerde te zijn. Eerst noemde ik het ‘Gedicht over tijd’ maar later paste ik dit aan naar ‘Gedicht zonder tijd’. Ik kreeg na het schrijven het gevoel dat het gedicht zichzelf voorbijraasde in zijn alomtegenwoordigheid ofzo, alsof het overal raakvlakken wou hebben. Ik wou dat deze onkunde prominenter een plaats kreeg binnen het gedicht, dus paste ik de titel aan want titels bij een gedicht zijn als banden voor een fiets. Kortom, ik gebruik graag titels, als mijn intuïtie daarom vraagt.


De eerste 3 zinnen bepalen voor mezelf vaak de sfeer van een gedicht en ik kan een gedicht bijna niet schrijven zonder daaraan te denken. Ook dit is tekenend voor het gedicht: ik wil dat het

steeds weer

zou kunnen

verdergaan.



Verder zal ik het gedicht zijn werk laten doen en het niet helemaal kapot analyseren. Ik zie de echte meerwaarde daarvan niet in. Ten slotte is er niets mis met een gedicht op een blog posten om aan te tonen dat je af en toe wel eens, nog steeds zulke poëtische momentjes kent en koestert.




Gedicht zonder tijd



nu even wil ik je gezichtsuitdrukking vastleggen is het een onmogelijk moment dat ik niet aan je kan denken zonder daar iets door bij te leren alsof dat daarmee wil zeggen dat herinneren altijd een positieve daad is waaronder gelukkig zijn schuilt




ik geloof al wat ik heb meegemaakt en dat doet er toe




het vordert allemaal wat langzamer zonder jou

wat kleurt de dag voor je in? bezigheidstherapie altijd, daarna komt

het gelukzalige gevoel van iets te doen leven buiten jezelf

ook als je daar niets aan doet

blijft er leven naast leven achter




ik wil op zijn minst geleefd hebben

zonder verdacht uitziende gedachtengangen over wat beter kon en dus niet meer kan




want na het leven is het wrijving met wat je geweest bent

alleen dan

dat er daar dan plaats voor is en dat dat op iets lijkt

een herinnering bijvoorbeeld maar dan

allemaal tegelijk

hoop ik